ECLI:NL:RBZWB:2025:4550
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaaf dividendbelasting aan buitenlands beleggingsfonds op grond van Unierecht
Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over 2023, welke door de inspecteur werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is omdat het fonds niet vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) die in Nederland is gevestigd en derhalve geen recht heeft op teruggaaf.
De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is vastgesteld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het niet toekennen van tegemoetkomingen aan buitenlandse beleggingsinstellingen die niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Belanghebbende stelde dat het niet toekennen van teruggaaf neerkomt op verboden staatssteun aan binnenlandse fondsen, maar de rechtbank oordeelt dat het fbi-regime geen selectieve maatregel is en dat uitvoering van rechtspraak niet als staatssteun kan worden aangemerkt.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek om teruggaaf en rente af. Tevens krijgt belanghebbende geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van het buitenlandse beleggingsfonds tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting 2023 wordt ongegrond verklaard.