Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag om aanvullende compensatie voor werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een termijn van elf weken was gesteld voor een besluit. Omdat deze termijn is verstreken zonder besluit, is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een nieuwe beslistermijn van twee weken op, aangezien meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Verweerder had verzocht om een langere termijn van 60 weken, maar de rechtbank wijst dit af.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 maart 2026.