Uitspraak
).
Hoofdstuk 3 Activiteiten bij waterkeringen
.vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser exploiteert een boerderij met agrarische percelen waarop hij runderen laat grazen. Het waterschap Brabantse Delta legde een last onder dwangsom op omdat het beweiden van de waterkering met runderen zonder vergunning is verboden volgens de Waterschapsverordening 2024. Eiser voerde aan dat het beweiden extensief is en geen schade veroorzaakt, dat het handhavend optreden onevenredig is en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat op andere percelen met varkens en kippen niet wordt gehandhaafd.
De rechtbank stelde vast dat een deel van de percelen binnen de beschermingszone A valt waar beweiding zonder vergunning is toegestaan, maar het grootste deel binnen de waterkering zelf ligt waar beweiding met runderen verboden is. Het waterschap toonde aan dat beweiding met runderen schade aan de grasmat veroorzaakt, wat de stabiliteit van de waterkering bedreigt. De rechtbank oordeelde dat het algemene belang van waterveiligheid zwaarder weegt dan het belang van eiser bij beweiding en dat er geen sprake is van een bijzonder geval om van handhaving af te zien.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het andere perceel zich op een compartimenteringskering bevindt waar andere regels gelden. Ook het beroep op overgangsrecht werd verworpen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde dat het gebruik rechtmatig was voor de inwerkingtreding van de verordening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de last onder dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de last onder dwangsom en verklaart het beroep van eiser ongegrond.