Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten
primair besluit I). Verweerders hebben eiseres 3 op grond van artikel 5.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gelast om het gebruik van de woning aan de [adres 1] als logiesgebouw uiterlijk 14 juli 2021 te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden. Verweerders hebben daaraan een dwangsom verbonden van € 2.500,- per overtreding, per kalenderdag en met een maximum van € 12.500,-. Verweerders hebben de last onder dwangsom opgelegd vanwege de volgende overtredingen:
primair besluit II). [6]
2.Wettelijk kader
3.Gronden
4.Artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
5.Overtredingen
6.Beginselplicht tot handhaving
7.Intrekking primair besluit I per 22 augustus 2023
8.Redelijke termijn
9.Conclusie
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, voor zover primair besluit I daarin per 22 augustus 2023 is ingetrokken;
- bepaalt dat primair besluit I per 25 januari 2023 wordt ingetrokken en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerders tot het betalen van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn aan eisers van € 3.500,- totaal;
- bepaalt dat verweerders het betaalde griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt verweerders tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eisers.