ECLI:NL:RBZWB:2026:6472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaaf dividendbelasting aan buitenlands beleggingsfonds
Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over 2017, welke door de inspecteur werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is, mede gelet op het overgangsrecht en de afdrachtvermindering die sinds 2008 geldt.
De rechtbank volgt de Hoge Raad in het standpunt dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor tegemoetkomingen die binnenlandse fiscale beleggingsinstellingen wel krijgen. Belanghebbendes beroep op het Unierecht en het doel van de regeling leidt niet tot een ander oordeel.
Ook de stelling dat het niet toekennen van teruggaaf staatssteun aan binnenlandse fondsen oplevert, wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat het fbi-regime geen selectieve maatregel is en dat uitvoering van rechtspraak geen staatssteun vormt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de Hoge Raad die deze lijn bevestigen. Gezien het voorgaande is het beroep ongegrond en wordt het griffierecht niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van het buitenlands beleggingsfonds tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting 2017 wordt ongegrond verklaard.