ECLI:NL:RBZWB:2026:6481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting voor buitenlands fonds
Belanghebbende, een buitenlands fonds gevestigd in Duitsland, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over 2014. De inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, die heeft vastgesteld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland.
Belanghebbende voerde aan dat het Unierecht een ander oordeel zou rechtvaardigen, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen of af te wijken van de Hoge Raad. Ook eerdere uitspraken van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigen dit standpunt.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af vanwege bijzondere omstandigheden die een redelijke termijnverlenging rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep van het buitenlandse fonds tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting 2014 wordt ongegrond verklaard.