ECLI:NL:RVS:2009:BH4621
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.A. Offers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel arbeidstijdenwet
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde Keukencentrum Mandemakers B.V. een boete op wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet (Atw) betreffende arbeid- en rusttijden. De boete werd in bezwaar verlaagd, maar de rechtbank Breda verklaarde het beroep van Mandemakers gegrond en vernietigde het besluit. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of reistijd van monteurs als arbeidstijd moet worden aangemerkt. De minister baseerde zich op de Atw en een Europese richtlijn (2003/88/EG) voor de definitie van arbeidstijd. De rechtbank oordeelde dat reistijd arbeidstijd is omdat werknemers tijdens die tijd ter beschikking van de werkgever staan.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de Atw geen rechtszekere definitie van arbeidstijd bevat die overeenkomt met de richtlijn. Richtlijnconforme uitleg is in dit geval niet mogelijk zonder strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom was de minister niet bevoegd de boete op te leggen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het boetebesluit vernietigd, en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen Keukencentrum Mandemakers B.V. wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.