ECLI:NL:RVS:2011:BP6846
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feit
De minister van Justitie heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of een afschrift van een arrestatiebevel uit Syrië, overgelegd door de vreemdeling, kon worden aangemerkt als een nieuw feit of veranderde omstandigheid die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigt. De vreemdeling kon het originele arrestatiebevel niet overleggen en beriep zich op corruptie in Syrië die het verkrijgen van het originele document onmogelijk maakte.
De Raad van State overwoog dat volgens vaste jurisprudentie alleen documenten waarvan de authenticiteit is vastgesteld als nieuw feit kunnen gelden. Het overgelegde afschrift kon niet als authentiek worden aangemerkt en werd niet ondersteund door ander concreet bewijs. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat het document niet eerder kon worden overgelegd. Daarom was er geen sprake van een nieuw feit of veranderde omstandigheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat het overgelegde afschrift geen nieuw feit vormt.