ECLI:NL:RVS:2010:BM0709
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel en toetsing nieuw gebleken feiten
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde. De vreemdeling had zich bekeerd tot het christendom in Nederland, maar overlegd slechts een kopie van een doopcertificaat.
De rechtbank ging ervan uit dat de bekering had plaatsgevonden zonder te onderzoeken of een origineel doopcertificaat was overlegd. De Raad van State oordeelt dat dit niet voldoet aan de vaste jurisprudentie, die vereist dat de authenticiteit van stukken die nieuw gebleken feiten moeten aantonen, wordt vastgesteld.
Omdat de rechtbank voorbijging aan deze vereiste, is de uitspraak vernietigd en is de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij de authenticiteit van het doopcertificaat moet worden vastgesteld.
De Raad van State stelt tevens de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.