ECLI:NL:RVS:2013:733
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feit
De minister heeft op 30 augustus 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 30 augustus 2012 gelijk is aan het eerdere afwijzende besluit van 21 september 2011. Volgens vaste jurisprudentie kan een bestuursrechter alleen toetsen als er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die na het eerdere besluit zijn opgekomen of niet eerder konden worden overgelegd.
De vreemdeling had een kopie van een vonnis overgelegd, maar slaagde er niet in de authenticiteit daarvan aan te tonen. Dit document kon daarom niet als nieuw feit worden aangemerkt. Ook andere aangevoerde stukken, zoals internetartikelen zonder vertaling, konden geen novum vormen. Er was geen sprake van relevante wijziging van het recht of bijzondere omstandigheden.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 30 augustus 2012 ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.