ECLI:NL:RVS:2011:BR2315
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Wieland
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging voor bestuurder in procedure over huurschade en aansprakelijkheid
De appellant, bestuurder en aandeelhouder van een besloten vennootschap, werd hoofdelijk veroordeeld voor betaling van huurachterstand en schadevergoeding aan een verhuurder vanwege onrechtmatige onderhuur en schade aan een bedrijfsruimte. Hij verzocht om een toevoeging voor het voeren van hoger beroep tegen dit vonnis. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af omdat het geschil voortvloeit uit de uitoefening van een bedrijf, waarvoor geen toevoeging wordt verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze bevestigde dat het rechtsbelang waarop de toevoeging betrekking heeft, verband houdt met de bedrijfsuitoefening, aangezien appellant in zijn hoedanigheid als bestuurder aansprakelijk is gesteld. De uitzonderingsbepalingen voor het verlenen van rechtsbijstand zijn niet van toepassing omdat het bedrijf een rechtspersoon is.
Appellant voerde aan dat het recht op toegang tot de rechter op grond van artikel 6 EVRM Pro een toevoeging rechtvaardigt, omdat hij onvoldoende middelen heeft en een faillissement dreigt. De Raad oordeelde dat artikel 12 Wrb Pro niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat de afwijzing van de toevoeging niet onevenredig is, aangezien het risico van aansprakelijkheid en kosten bij de bedrijfsuitoefening hoort en bestuurders zich daartegen kunnen verzekeren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de afwijzing van de toevoeging aan appellant omdat het geschil voortvloeit uit de uitoefening van een bedrijf.