ECLI:NL:RVS:2011:BU2844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling uit Sierra Leone wegens redelijk vooruitzicht op verwijdering
De vreemdeling uit Sierra Leone werd op 22 juni 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van geldige identiteitspapieren en het niet meewerken aan zijn uitzetting. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat, mede op basis van verklaringen van de Sierra Leoonse autoriteiten die laissez passer verstrekken aan vreemdelingen die vrijwillig terugkeren. De minister onderhield contacten met de Sierra Leoonse consul en autoriteiten over de afgifte van laissez passer, ondanks dat de vreemdeling niet meewerkte.
De Raad van State oordeelde dat de minister in beginsel mag afgaan op de verklaringen van de Sierra Leoonse autoriteiten en dat het ontbreken van laissez passer sinds 2009 onvoldoende is om het redelijke vooruitzicht op verwijdering te ontkennen. De weigering van de vreemdeling om medewerking te verlenen, waaronder het niet invullen van een aanvraag voor laissez passer, doet hieraan niet af. Ook werden andere beroepsgronden van de vreemdeling verworpen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de inbewaringstelling van de vreemdeling bevestigd.