ECLI:NL:RVS:2014:2683
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor wegvervoerondernemer wegens justitiële antecedenten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie weigerde op 3 januari 2013 de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af te geven, vanwege openstaande strafzaken en eerdere veroordelingen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met specifieke omstandigheden, zoals het ontbreken van ernstige bezwaren in een openstaande zaak en het geringe gewicht van eerdere veroordelingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris het objectieve criterium juist had toegepast door te beoordelen of de justitiële gegevens, indien herhaald, een risico voor de samenleving vormen in relatie tot de aangevraagde functie. De specifieke taken van een wegvervoerondernemer en de aard van de strafbare feiten rechtvaardigen de weigering van de VOG.
Verder oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging van de staatssecretaris rechtens juist was, mede vanwege het beperkte tijdsverloop sinds de gepleegde feiten en de ernst van de openstaande strafzaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege relevante justitiële gegevens en onvoldoende tijdsverloop.