ECLI:NL:RVS:2013:2686
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onjuiste legesheffing
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan, maar de minister stelde de aanvraag buiten behandeling wegens niet-betaling van de leges. De vreemdeling betoogde dat zij betalingsonmacht had aangetoond en dat het beleid onredelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid om betalingsonmacht aan te tonen niet onredelijk is, maar dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde dat zij niet kon betalen. Wel stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris onzorgvuldig handelde door niet eerst de juiste leges te heffen die horen bij een aanvraag op grond van het Unierecht (artikel 20 VWEU Pro) in de situatie van het arrest Ruiz Zambrano.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van de minister vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stelling van de aanvraag wordt vernietigd.