ECLI:NL:RVS:2013:947
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 december 2009 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure bleef het besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beleid inzake Turkse zelfstandigen en de toepasselijkheid van de standstill-bepaling had betrokken bij haar oordeel. De staatssecretaris had de vreemdeling tijdig geïnformeerd over de benodigde stukken, waaronder een ondernemingsplan, en had een redelijke termijn gegeven om deze aan te leveren. De vreemdeling maakte hier geen gebruik van.
Verder werd het deskundigenadvies van het Agentschap NL, dat geen wezenlijk Nederlands belang zag bij de zelfstandige arbeid van de vreemdeling, als voldoende gemotiveerd beoordeeld. De Raad van State vond dat de staatssecretaris terecht afzag van het horen van de vreemdeling in bezwaar.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.