ECLI:NL:RVS:2014:2896
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige identiteit
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 18 februari 2013 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het besluit van 18 februari 2013 ten onrechte niet had getoetst aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Na vernietiging van het vonnis van de rechtbank beoordeelde de Afdeling het besluit zelf. De vreemdeling stelde dat zijn identiteit en nationaliteit ten onrechte ongeloofwaardig waren bevonden en dat een taalanalyse had moeten plaatsvinden.
De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling tegenstrijdige personalia had opgegeven, geen documenten ter ondersteuning had overgelegd en zijn vingerafdrukken had gemanipuleerd, waardoor zijn identiteit niet aannemelijk was. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en dat hij niet verplicht was een taalanalyse te laten verrichten.
Omdat de identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig waren, bleef een inhoudelijke beoordeling van de asielmotieven achterwege. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.