ECLI:NL:RVS:2014:295
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A. Hammerstein
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget wegens niet-rechtmatig verblijf
De Belastingdienst wees de aanvraag van appellant om een kindgebonden budget voor 2011 af omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef, zoals vereist volgens de Wet op het kindgebonden budget en de Algemene Kinderbijslagwet. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond, maar wees het beroep tegen de afwijzing zelf af. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op uitkeringen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging biedt en niet in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro in samenhang met het recht op respect voor het gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro. De omstandigheden van appellant, waaronder het niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst en het leven onder het bestaansminimum, zijn niet zodanig bijzonder dat het koppelingsbeginsel buiten toepassing moet worden gelaten.
Ook oordeelde de Afdeling dat de weigering geen strijd oplevert met de artikelen 18 en 27 van het IVRK, omdat deze bepalingen niet rechtstreeks toetsbaar zijn en het kindgebonden budget een financiële bijdrage is aan de ouder, niet aan het kind zelf. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.