ECLI:NL:RVS:2016:1078
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing boetebesluit wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €9.000,- op wegens het laten verrichten van arbeid door Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant gegrond en herroepen het boetebesluit, stellende dat de vergunningplicht niet van toepassing was op Roemeense werknemers vanwege EU-vrij verkeer en overgangsmaatregelen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte de vergunningplicht had uitgesloten. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en bevestigde dat de vergunningplicht voor Roemeense werknemers nog steeds geldt binnen de overgangsperiode zoals bepaald in Bijlage VII van het VWEU.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling, met inachtneming van het verlaagde boetenormbedrag van €4.000,-. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Tevens werd vastgesteld dat de proceskosten in hoger beroep €496,- bedragen en dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het verlaagde boetenormbedrag.