ECLI:NL:RVS:2016:2882
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 16 oktober 2015 schriftelijk bevestigd dat het op 25 september 2015 spoedeisende bestuursdwang toepaste wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellant. Hierbij werd een bedrag van €126,00 aan kosten aan appellant toegerekend. Na een ongegrond verklaard bezwaar heeft appellant beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een huisvuilzak die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. Poststukken in de zak toonden aan dat appellant verantwoordelijk was. Appellant stelde dat zijn achtjarige zoon de zak had aangeboden en hijzelf en zijn vrouw vanwege fysieke klachten niet in staat waren dit te doen. De Raad oordeelde dat appellant als ouder verantwoordelijk is voor het handelen van zijn minderjarige zoon en dat het college hem terecht als overtreder heeft aangemerkt.
Appellant voerde aan dat hij niet gehoord was tijdens de bezwaarprocedure vanwege gezondheidsklachten, maar de Raad stelde vast dat hij door medicijngebruik zelf de hoorzitting had gemist en dat het college niet verplicht was een nieuwe hoorzitting te organiseren.
Verder wees de Raad het beroep af dat het college van kostenverhaal had moeten afzien wegens overmacht en de eerste overtreding. Het college had al rekening gehouden met de eerste overtreding door slechts een deel van de kosten te verhalen. De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om van kostenverhaal af te zien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.