ECLI:NL:RVS:2016:3
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit stillegging werkzaamheden wegens asbestgevaar
Op 12 november 2013 constateerden inspecteurs van de Arbeidsinspectie dat werkzaamheden werden uitgevoerd in een pand waar nog asbest aanwezig was, waarna een mondeling bevel tot stillegging werd gegeven, dat op 18 november 2013 schriftelijk werd bevestigd door de minister. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen gronden zou bevatten. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde echter dat wel degelijk bezwaargronden waren aangevoerd en dat bij het faxbericht van 25 november 2013 de relevante stukken waren gevoegd. De Raad van State stelde vast dat de minister dit bevestigde, waardoor de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen gronden waren ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat aan de motivering van het bezwaarschrift geen hoge eisen worden gesteld en dat appellant voldoende concreet had aangegeven waarom hij zich niet met het besluit kon verenigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.