ECLI:NL:RVS:2016:357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep inzake openbaarmaking documenten en dwangsommen door korpschef politie
Appellante verzocht om openbaarmaking van documenten met betrekking tot een verkeersovertreding. De korpsbeheerder maakte een aantal documenten openbaar, waarna de korpschef bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk vanwege onduidelijkheid over de status van appellante als vennootschap in liquidatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat appellante voldoende duidelijk had gemaakt namens welke vennootschap het verzoek was gedaan. Vervolgens behandelde de Afdeling de inhoudelijke gronden van het beroep.
Appellante stelde dat de korpschef onterecht haar verzoek om openbaarmaking niet had doorgezonden naar een andere instantie en dat de korpschef meer dwangsommen had verbeurd dan toegekend. De Afdeling oordeelde dat de korpschef niet verplicht was het verzoek door te zenden omdat de gevraagde documenten niet bij een ander bestuursorgaan berusten, en dat de korpschef wel degelijk meer dwangsommen en wettelijke rente verschuldigd was dan erkend.
Verder werd geoordeeld dat de korpschef terecht een beperkte proceskostenvergoeding toegekend had, maar dat appellante recht heeft op vergoeding van de volledige proceskosten voor de behandeling van beroep en hoger beroep. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en legde de korpschef op de dwangsommen, rente en proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, en de korpschef veroordeeld tot betaling van dwangsommen, wettelijke rente en proceskosten aan appellante.