ECLI:NL:RVS:2016:929
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.T.J.M. Jurgens
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op toeslagen bij intrekking verblijfsvergunning partner
Appellante betwistte de herziening door de Belastingdienst/Toeslagen van haar voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag over 2012 en 2013. De Belastingdienst stelde dat zij vanaf 22 maart 2012 geen recht had op deze toeslagen omdat haar echtgenoot geen rechtmatig verblijf had in Nederland. De rechtbank bevestigde dit standpunt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de Belastingdienst zich mocht baseren op de verblijfstitelcode van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Echter, voor de periode van 22 maart 2013 tot 8 april 2013 had de echtgenoot van appellante rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onderdeel g, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de verblijfsvergunning toen was verlopen maar de beslissing op het verzoek om verlenging nog niet genomen was.
Hierdoor was het onterecht dat de Belastingdienst appellante voor die periode had uitgesloten van toeslagen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het betrof het jaar 2013 en bepaalde dat de Belastingdienst de toeslagen voor die periode opnieuw moet berekenen en een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst moet de toeslagen over 2013 opnieuw berekenen met inachtneming van rechtmatig verblijf van de echtgenoot.