ECLI:NL:RVS:2016:984
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlijn- en muilkorfgebod voor rottweiler na incidenten in Hoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn legde op 21 november 2013 aan appellante een aanlijn- en muilkorfgebod op voor haar rottweiler, Rico, met een preventieve last onder dwangsom. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit van het college deels en herroept het opleggen van de preventieve last onder dwangsom.
Zowel appellante als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het college terecht het aanlijn- en muilkorfgebod oplegde op grond van meerdere incidenten waarbij de hond betrokken was, ondanks het betoog van appellante dat het advies van de hondengeleider onvoldoende onafhankelijk was en dat er geen objectieve redenen zijn om het gebod te handhaven.
De Raad van State stelde vast dat het college beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen of een hond gevaarlijk of hinderlijk is en dat het aan appellante is om het tegendeel aannemelijk te maken. Het hoger beroep van appellante en het college werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het aanlijn- en muilkorfgebod en wijst het hoger beroep van appellante en het college af.