ECLI:NL:RVS:2016:996
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens tewerkstelling vreemdeling zonder vergunning en niet-overleggen identiteitsdocument
De minister legde [appellant] een boete op van €9.500 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het laten verrichten van arbeid door een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet overleggen van een afschrift van het identiteitsdocument aan een opdrachtgever.
[Appellant] voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de boete in strijd was met het EU-verdrag en overgangsregelingen voor Bulgaarse onderdanen. De Raad van State verwierp deze argumenten, stellende dat de vreemdeling feitelijk onder gezag van [appellant] werkte en dat de vergunningplicht terecht werd toegepast. Ook het niet overleggen van het identiteitsbewijs was vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de rechtbank de boete terecht had bevestigd, dat de boete niet gematigd hoefde te worden en dat er geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €9.500 wegens tewerkstelling zonder vergunning en niet-overleggen identiteitsdocument wordt bevestigd.