ECLI:NL:RVS:2017:1300
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil vaststelling kinderopvangtoeslag 2008 ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte in 2008 gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief op nihil vast, wat appellant aanvocht. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de toeslag terecht op nihil was vastgesteld.
Appellant voerde aan dat de Belastingdienst niet bevoegd was om de toeslag definitief vast te stellen na het verstrijken van termijnen en dat hij kosten had betaald. De Afdeling oordeelde dat de termijnen in de Awir niet fataal zijn voor herziening binnen vijf jaar en dat de Belastingdienst binnen die termijn het voorschot al op nihil had gesteld.
Verder rust op de Belastingdienst geen onderzoeksplicht vooraf en kan aan een voorschot geen gerechtvaardigd vertrouwen op een toeslag worden ontleend. Appellant kon niet aantonen dat hij kosten had gemaakt; een eventuele schenking kan niet leiden tot toeslag. Het verzoek om aanhouding en neerlegging van taken werd afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de kinderopvangtoeslag 2008 terecht definitief op nihil is vastgesteld.