ECLI:NL:RVS:2017:2073
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling misbruik van recht bij Wob-verzoeken inzake verkeersboetes
De korpschef heeft meerdere Wob-verzoeken van diverse wederpartijen buiten behandeling gesteld en hun bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. De rechtbank Midden-Nederland had deze besluiten vernietigd en de bezwaren ontvankelijk verklaard. De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de gemachtigde, die namens de wederpartijen handelde, bekend was met de juiste wettelijke grondslagen voor informatieverzoeken in verkeersboetezaken en bewust de Wob gebruikte om dwangsommen en proceskostenvergoedingen af te dwingen. De verzoeken waren vaag geformuleerd, waardoor tijdige besluitvorming werd bemoeilijkt, wat als misbruik van recht wordt aangemerkt.
De Raad van State vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen van de wederpartijen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee wordt bevestigd dat het gebruik van de Wob voor het verkrijgen van informatie ten behoeve van het aanvechten van verkeersboetes onrechtmatig kan zijn indien het misbruik van bevoegdheid betreft.
Uitkomst: De beroepen van de wederpartijen worden ongegrond verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken.