ECLI:NL:RVS:2017:2650
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na matiging door Raad van State
De zaak betreft een boete van €8.000 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank had de boete gematigd tot €4.000, maar zowel de minister als [appellante sub 1] gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en dat van [appellante sub 1] ongegrond.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete met 50% matigde, terwijl een matiging van 25% passend was op grond van artikel 10 van Pro de beleidsregel boeteoplegging Wav. Tevens werd geoordeeld dat [appellante sub 1] onvoldoende zorgvuldig had gehandeld bij de controle van de identiteitskaart van de vreemdeling, die vals bleek te zijn.
Verder verwierp de Raad het betoog dat de boete onevenredig hoog was en dat de redelijke termijn was overschreden. De boete werd door de Raad vastgesteld op €6.000, waarmee de uitspraak van de rechtbank deels werd vernietigd en deels bevestigd.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €6.000 en het hoger beroep van [appellante sub 1] wordt ongegrond verklaard.