ECLI:NL:RVS:2017:538
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit betalingsregeling boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende motivering
De minister legde aan voormalige vennoten van een uitzendbureau een boete van € 19.000,- op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en bood hen een betalingsregeling aan. De rechtbank stelde de boete vast op € 11.000,- en vernietigde het besluit over de betalingsregeling omdat de minister niet had beoordeeld of de boete evenredig was en onvoldoende rekening had gehouden met de financiële situatie van de betrokkene.
De minister stelde in hoger beroep dat de evenredigheid van de boete onherroepelijk vaststaat en dat de betalingsregeling losstaat van de boetehoogte. De Raad van State oordeelde dat de minister bij het vaststellen van de betalingsregeling wel degelijk rekening moet houden met de betalingscapaciteit, maar niet opnieuw de evenredigheid van de boete hoeft te beoordelen.
De minister had echter onvoldoende gemotiveerd waarom hij vasthield aan het minimale termijnbedrag van € 100,00 per maand, dat voor rechtspersonen geldt, terwijl de betrokkene natuurlijke personen zijn met een slechte financiële situatie. Dit kan leiden tot onder het bestaansminimum komen, wat onaanvaardbaar is. Daarom vernietigt de Raad het besluit en bepaalt dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van de minister over de betalingsregeling wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onaanvaardbare financiële gevolgen.