ECLI:NL:RVS:2018:2243
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd op 23 april 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde onder meer dat de staatssecretaris in strijd met zijn inspanningsverplichting handelde gedurende de voorafgaande strafrechtelijke detentie, en dat dit aanleiding moest zijn voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling overwoog dat een proceskostenveroordeling alleen aan de orde is indien de voorafgaande staandehouding of ophouding onrechtmatig was, maar het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond wordt verklaard. Dit was hier niet het geval.
De overige grieven van de vreemdeling boden geen aanleiding tot vernietiging van de uitspraak. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.