ECLI:NL:RVS:2018:2264
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdelingen tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen, een Yezidisch gezin uit Syrië, verzochten om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werden afgewezen op basis van een taalanalyse die twijfel zaaide over hun herkomst. De rechtbank had deze taalanalyse als onbruikbaar beoordeeld en de besluiten vernietigd.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de taalanalyse zorgvuldig, inzichtelijk en concludent tot stand is gekomen. De deskundige taalanalist is moedertaalspreker uit de betreffende regio en heeft de herkomst van vreemdeling 2 op basis van eigen waarneming kunnen beoordelen. De door de vreemdelingen overgelegde contra-expertise ontkracht de taalanalyse niet.
De Afdeling stelt dat de staatssecretaris terecht twijfels heeft bij de geloofwaardigheid van het asielrelaas en dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij uit Syrië afkomstig zijn. Ook is het standpunt van de staatssecretaris over het niet-relevant achten van medisch onderzoek niet onredelijk. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ten bedrage van €1.002,00. De uitspraak is gedaan door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. J.Th. Drop, leden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.