ECLI:NL:RVS:2018:3309
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunningen wegens mensenhandel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 7 februari 2017 vier verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd in, weigerde verlenging en wees verzoeken tot wijziging van beperkingen af. De vreemdelingen maakten bezwaar en startten een procedure bij de rechtbank Den Haag, die op 29 maart 2018 de besluiten vernietigde, behalve voor de afwijzing van wijzigingsverzoeken, en bepaalde dat nieuwe besluiten genomen moesten worden.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de intrekking onvoldoende had gemotiveerd, met name gelet op het feit dat het Openbaar Ministerie het strafrechtelijk onderzoek had beëindigd met een sepotbeslissing. De tussenbeschikking van het gerechtshof, die nader onderzoek naar verblijfplaats van verdachten beval, maakte dit niet anders.
De Afdeling verwierp verder de bezwaren van de vreemdelingen over schending van het evenredigheidsbeginsel, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook de klachten over de vertrektermijn en het ontbreken van een hoorzitting werden ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en de latere besluiten van de staatssecretaris en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank en de latere besluiten worden vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.