ECLI:NL:RVS:2019:1337
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering markiezen zonder omgevingsvergunning bij gemeentelijk monument
Appellante heeft zonder omgevingsvergunning drie markiezen aangebracht op de kozijnen van haar appartement, dat deel uitmaakt van een gebouw dat op 5 november 2013 als gemeentelijk monument is aangewezen. Het college heeft handhavend opgetreden door verwijdering van de markiezen te gelasten met een dwangsom.
Appellante betoogde dat geen vergunning nodig was omdat het besluit tot aanwijzing als monument niet correct bekend was gemaakt, dat er wel degelijk zicht was op legalisering, dat handhaving onevenredig was vanwege medische omstandigheden en financiële schade, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Afdeling oordeelde dat het monumentenbesluit terecht was verzonden en ontvangen, dat het college bevoegd was tot handhaving, dat het college zich op deskundigenadviezen mocht baseren, en dat medische en financiële omstandigheden geen reden zijn om af te zien van handhaving.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellante geen concrete vergelijkbare gevallen aannemelijk maakte. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.