ECLI:NL:RVS:2019:2938
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij vloerwerkzaamheden met Roemeense werknemers
De zaak betreft een hoger beroep van een bedrijf tegen een boete van in totaal €92.250,00 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd deels verminderd tot €85.500,00, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het bedrijf voerde aan dat sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting en dat de boete onterecht was opgelegd.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf dat hen had ingeschakeld, maar als zelfstandige professionals werden aangemerkt. Hierdoor was er geen sprake van zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting en diende het bedrijf te beschikken over tewerkstellingsvergunningen. De overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav is daarmee terecht vastgesteld.
Verder oordeelt de Raad dat het bedrijf onvoldoende heeft aangetoond dat het verwijt van overtreding geheel ontbreekt of verminderd is, waardoor matiging van de boete niet gerechtvaardigd is. Wel is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor de boete met €2.500,00 wordt verminderd. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt de boete definitief vast op €83.000,00.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €83.000,00 met matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.