ECLI:NL:RVS:2019:301
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing inreisverbod na overschrijding maximale duur door schorsing bij terugkeer
De staatssecretaris had de vreemdeling ongewenst verklaard vanwege eerdere veroordelingen en een gevaar voor de openbare orde. De vreemdeling keerde ondanks het inreisverbod twee keer terug naar Nederland. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod na tien jaar automatisch vervalt, maar de staatssecretaris stelde dat de termijn opnieuw zou beginnen te lopen bij terugkeer.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Terugkeerrichtlijn bepaalt dat de duur van een inreisverbod niet automatisch wordt verlengd door terugkeer binnen de termijn, maar dat het inreisverbod wordt geschorst zolang de vreemdeling zich binnen de EU bevindt. De termijn loopt pas verder na vertrek uit de EU. Dit voorkomt disproportionele verlenging van het inreisverbod.
De vreemdeling verbleef na zijn laatste vertrek uit de EU langer dan de maximale duur van het inreisverbod buiten de EU. Daarom is het inreisverbod geëindigd en had de staatssecretaris het moeten opheffen. De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod wordt opgeheven.