ECLI:NL:RVS:2019:3839
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestemmingplan West-Terschelling strandpaviljoen De Walvis en bezwaren Segesta afgewezen
De raad van de gemeente Terschelling stelde op 26 september 2017 het bestemmingsplan "West-Terschelling, paviljoen De Walvis" vast, dat voorziet in de uitbreiding van het horecabedrijf Paviljoen De Walvis. Paviljoen De Walvis en Segesta Terschelling B.V. en Segesta Bouw B.V. stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 20 september 2019.
Paviljoen De Walvis stelde dat het plan onnodige beperkingen oplegt, met name door toevoeging van "ten behoeve van de strandrecreatie" aan de definitie van strandpaviljoen, wat zwaardere horeca zoals discotheken uitsluit. De Afdeling oordeelde dat deze toevoeging redelijk is en geen beperking vormt voor de huidige bedrijfsvoering. Verder werd het beroep van enkele bestuurders van Paviljoen De Walvis niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
Segesta voerde aan dat het plan strijdig is met milieuregelgeving, onvoldoende onderzoek deed naar hinder en niet voldoet aan provinciale verordening. De Afdeling verwierp deze gronden, onder meer omdat Segesta geen rechtstreeks belang heeft bij natuurbeschermingsregels en de raad de geluidshinder adequaat heeft beoordeeld.
De Afdeling verklaarde het beroep van Paviljoen De Walvis deels niet-ontvankelijk en wees de beroepen van Paviljoen De Walvis en Segesta ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van enkele bestuurders van Paviljoen De Walvis is niet-ontvankelijk en de beroepen van Paviljoen De Walvis en Segesta zijn ongegrond verklaard.