ECLI:NL:RVS:2019:773
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herziening kinderopvangtoeslag 2011 en bevestiging 2013
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoeken om herziening van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2010, 2011 en 2013 door de Belastingdienst/Toeslagen. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard voor 2010, maar het besluit voor 2011 en 2013 in stand gelaten.
In hoger beroep is vastgesteld dat het verzoek voor 2011 niet onder artikel 4:6 Awb Pro valt, maar onder artikel 21a Awir en artikel 5a Uitvoeringsregeling Awir, waardoor het toetsingskader van de rechtbank onjuist was toegepast. De Afdeling vernietigt daarom het besluit voor 2011, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat niet is aangetoond dat de kosten volledig zijn voldaan. Voor 2013 wordt bevestigd dat de toeslag terecht is afgewezen vanwege onvoldoende opvanguren en registratie van gastouders.
De Afdeling wijst het beroep voor 2013 af en veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. De uitspraak benadrukt de noodzaak van het juiste toetsingskader en het bewijs van betaling van kosten voor toekenning van toeslag.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over 2011 wordt vernietigd, dat over 2013 bevestigd; proceskosten worden aan appellante toegekend.