ECLI:NL:RVS:2020:1501
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling identiteit en familierelatie bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf afgewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 augustus 2017 de aanvraag van de vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdelingen, die Eritrese nationaliteit beweren te hebben, stelden dat zij familie zijn van een referent en overlegden een deskundigenrapportage met DNA-onderzoek ter onderbouwing van de familierelatie.
De rechtbank oordeelde dat de rapportage en documenten samen voldoende bewijs vormden om de identiteit en familierelatie aannemelijk te maken en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van deze overwegingen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de deskundigenrapportage weliswaar de familierelatie onderbouwt, maar dat de identiteit van de vreemdelingen onvoldoende is vastgesteld vanwege gebrekkige identificatieprocedures en twijfelachtige documenten. Ook concludeerde de Afdeling dat de staatssecretaris terecht geen aanvullend onderzoek hoefde te verrichten en dat het aan de vreemdelingen was om voldoende bewijs te leveren.
Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond, waarmee de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.