Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2020 in de zaak tussen
[eiseres 1] , v-nummer [nummer] , eiseres 1
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, die de Eritrese nationaliteit hebben, vroegen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van de ouders en verblijf als familie- of gezinslid voor de minderjarige zussen en pleegzus van de referent. Verweerder wees deze aanvragen af omdat de identiteit van de ouders niet met officiële documenten was aangetoond en ook niet aannemelijk was gemaakt met substantieel bewijs.
De rechtbank bevestigt dat eiseres 1 en eiser geen officiële identiteitsdocumenten hebben overgelegd en dat hun verklaring over het verlies van deze documenten onvoldoende is onderbouwd. Ook de overgelegde onofficiële documenten, zoals vluchtelingendocumenten en doopcertificaten, bieden onvoldoende substantieel bewijs. Hierdoor is de identiteit van de ouders niet vastgesteld en kan de familierechtelijke relatie met de kinderen niet worden beoordeeld.
Omdat de identiteit van de ouders niet vaststaat, kan ook de identiteit van de minderjarige zussen en pleegzus en hun relatie met de ouders niet worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht niet is overgegaan tot aanvullend onderzoek en dat de afwijzing van de aanvragen terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen om machtiging tot voorlopig verblijf worden afgewezen wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en familierechtelijke relatie.