ECLI:NL:RVS:2020:2262
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde opvolgende asielaanvragen van een gezin niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe elementen waren aangevoerd. De rechtbank oordeelde dat er wel nieuwe elementen waren, zoals de geboorte van het jongste kind en nieuwe medische informatie over de moeder, en vernietigde de besluiten. De rechtbank vond dat het gezin als bijzonder kwetsbaar moest worden aangemerkt en dat de staatssecretaris nader moest motiveren waarom terugkeer naar Griekenland geen ernstige materiële deprivatie zou opleveren.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte nieuwe elementen aannam en dat de situatie niet wezenlijk was gewijzigd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat het gezin bijzonder kwetsbaar was en dat de staatssecretaris niet hoefde te motiveren waarom terugkeer geen ernstige materiële deprivatie zou betekenen. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond.
De Raad van State benadrukte dat de psychische aandoeningen van de moeder en de geboorte van het jongste kind niet automatisch leiden tot bijzondere kwetsbaarheid in de zin van het arrest Ibrahim, zeker niet als medische zorg in Griekenland beschikbaar is. De kinderen behoeven ook geen bijzondere zorg die de situatie zou verzwaren. Het beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor de beroepen van de vreemdelingen ongegrond zijn.