ECLI:NL:RVS:2020:594
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenveroordeling bij handhavingsbesluit cameratoezicht
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het beroep tegen de afwijzing van een handhavingsverzoek inzake twee beveiligingscamera’s op het adres Meije 300 te Zegveld ongegrond verklaarde. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) had het verzoek om handhaving afgewezen omdat het cameratoezicht noodzakelijk werd geacht ter bescherming van eigendommen en personen, met een beperkte inbreuk op de privacy van voorbijgangers.
Appellant stelde dat het niet toezenden van het verslag van het onderzoek ter plaatse een gebrek vormde dat tot vernietiging van het besluit had moeten leiden, en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. Verder voerde appellant aan dat het cameratoezicht onnodig en disproportioneel was, en dat voorbijgangers onvoldoende werden geïnformeerd over het cameratoezicht.
De Afdeling oordeelde dat het niet toezenden van het verslag inderdaad een gebrek is, maar dat appellant hierdoor niet benadeeld is omdat hij alsnog in beroep kon reageren. Wel had de rechtbank een proceskosten- en griffierechtveroordeling moeten uitspreken. De overige bezwaren van appellant werden verworpen, omdat het cameratoezicht een gerechtvaardigd belang diende en de privacy-impact beperkt was. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze geen proceskostenveroordeling bevatte en veroordeelde de AP tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens nalaten van proceskostenveroordeling en de AP wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.