ECLI:NL:RVS:2022:199
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod vreemdeling met 1(F)-tegenwerping
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 oktober 2017 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van het inreisverbod afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hief het inreisverbod op. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De vreemdeling, afkomstig uit Afghanistan, is in eerdere procedures met toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag geconfronteerd vanwege zijn betrokkenheid bij ernstige misdrijven tijdens zijn dienst bij de veiligheidsdienst KhAD/WAD. De Afdeling benadrukt dat het arrest K. en H.F. vereist dat bij de beoordeling van het inreisverbod vooral wordt gekeken naar het gedrag en berouw van de vreemdeling na de gepleegde misdrijven.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris zijn besluit deugdelijk heeft gemotiveerd, onder meer vanwege het ontbreken van berouw en het blijvende gevaar voor fundamentele belangen van de samenleving. De rechtbank heeft ten onrechte haar eigen belangenafweging gemaakt en haar oordeel in de plaats gesteld van dat van de staatssecretaris. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waarbij het inreisverbod gehandhaafd blijft.