Uitspraak
Datum uitspraak: 21 december 2022
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Op 29 november 2018 vond in een suikerfabriek te Lelystad een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer ernstig letsel aan haar linkerhand opliep tijdens schoonmaakwerkzaamheden aan een machine die niet was uitgeschakeld. De Inspectie SZW stelde een onderzoek in en concludeerde dat het Arbobesluit was overtreden.
De staatssecretaris legde op 14 februari 2020 een bestuurlijke boete van €27.000,- op wegens overtreding van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit, waarbij de machine niet was uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos was gemaakt tijdens de werkzaamheden. Tevens werd een waarschuwing preventieve stillegging gegeven vanwege recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep van de suikerfabriek ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat de overtreding vaststaat, verwijtbaarheid aannemelijk is, en dat de matiging van de boete passend is. Ook is geen reden om de waarschuwing achterwege te laten.
De Afdeling benadrukt dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat zij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de overtreding te voorkomen, zoals het ontwikkelen van een veilige werkwijze, adequate instructies en toezicht. De inspanningen na het ongeval zijn onvoldoende om de boete te matigen of de waarschuwing te laten vervallen.
De uitspraak bevestigt de toepassing van het Arbobesluit en de Beleidsregel boeteoplegging, en onderstreept het belang van naleving van veiligheidsvoorschriften ter voorkoming van ernstige arbeidsongevallen.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €27.000,- en de waarschuwing preventieve stillegging worden bevestigd.