ECLI:NL:RVS:2022:683
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P.M. van Ravels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om nadeelcompensatie wegens verjaring na beperkingen in winterbed Maas
Twee agrarische bedrijven, exploitanten van varkenshouderijen en agrarische bedrijven in het winterbed van de Maas, verzochten de minister van Infrastructuur en Waterstaat om nadeelcompensatie wegens waardedaling en beperkingen in bouwmogelijkheden door het aangescherpte regime rond de Maas.
De minister wees het verzoek af wegens verjaring, omdat het schadeveroorzakende besluit, de Beleidslijn Ruimte voor de rivier, in 1996 in werking trad en het verzoek pas in 2009 werd ingediend. De rechtbank Limburg oordeelde dat de verjaringstermijn begon te lopen vanaf het Koninklijk Besluit van 6 maart 1998, toen de percelen onder het regime vielen, en bevestigde de afwijzing.
In hoger beroep betoogden de bedrijven dat zij pas vanaf 2002 daadwerkelijk bekend waren met de schade en de aansprakelijke instantie, onder meer door overleg en vergunningweigering. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit en stelde dat de verjaringstermijn ook vanaf 1998 of uiterlijk 2002 begon te lopen, waardoor het verzoek in 2009 te laat was.
De Afdeling oordeelde dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie wegens verjaring bevestigd.