ECLI:NL:RBDHA:2022:13704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen overdracht asielzoeker aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem over te dragen aan Duitsland op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid omdat hij niet met een registertolk was gehoord en niet correct was geïnformeerd met de voorgeschreven informatiebrochures.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geconcludeerd dat vanwege de aard van de Dublinprocedure spoed vereist was, waardoor het niet altijd mogelijk is een registertolk in te schakelen. Dit was voldoende gemotiveerd in het besluit. Daarnaast werd erkend dat de informatiebrochure niet volledig volgens de regels was verstrekt, maar dit gebrek was gerepareerd door de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze en rechtsbijstand, zonder dat eiser concreet nadeel had ondervonden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet onzorgvuldig was voorbereid en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard wegens voldoende motivering en geen schending van informatieverplichtingen.