ECLI:NL:RVS:2023:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onrechtmatig simultaan gehoor bij vermoeden schijnhuwelijk
De vreemdeling uit Ghana had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn Nederlandse echtgenote te kunnen verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het vermoeden van een schijnhuwelijk, mede gebaseerd op een simultaan gehoor van de vreemdeling en zijn echtgenote. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was dit simultaan gehoor te houden op grond van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat de implementatie zou zijn van artikel 16, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat artikel 16, vierde lid, van de richtlijn niet correct is geïmplementeerd in nationaal recht en dat artikel 3:2 Awb Pro niet kan worden uitgelegd als een grondslag voor het houden van een simultaan gehoor bij gegronde vermoedens van fraude of schijnhuwelijk. Dit omdat zo’n bevoegdheid een ernstige inbreuk op de privacy vormt en niet uit die bepalingen kan worden afgeleid. Het gebruik van de tijdens het simultaan gehoor verkregen informatie is daarom ontoelaatbaar bewijs.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De zaak toont de noodzaak van een specifieke wettelijke regeling voor het houden van dergelijke controles bij vermoedens van schijnhuwelijken.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van bewijs uit het simultaan gehoor.