Uitspraak
Datum uitspraak: 24 januari 2024
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete op van €20.500 wegens het zonder vergunning onttrekken van zijn woning aan de woonvoorraad ten behoeve van toeristische verhuur. De woning was via AirBnB verhuurd aan toeristen, wat in strijd was met de gemeentelijke regels. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat hij niet als functioneel dader kon worden aangemerkt omdat hij in de huurovereenkomst expliciet had opgenomen dat toeristische verhuur slechts was toegestaan binnen de geldende regels en dat hij voldoende toezicht had gehouden. Het college stelde dat appellant onvoldoende toezicht hield en daardoor de overtreding had aanvaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet had aangetoond dat appellant de overtreding had aanvaard. De inschrijving van de huurders op het verkeerde adres was een administratieve fout en er waren geen aanwijzingen dat appellant bewust de overtreding had gedoogd. De boete werd daarom herroepen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de bestuursrechtelijke procedure ruim vijf maanden te lang had geduurd, waardoor appellant recht had op een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad van State veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht en wees het verzoek om schadevergoeding toe.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 wordt herroepen wegens onterecht aanmerken van appellant als functioneel dader.