ECLI:NL:RVS:2024:3744
Raad van State
- Hoger beroep
- B. Meijer
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heroverweging en intrekking omgevingsvergunning Windplan Blauw in het licht van Unierecht
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dronten vernietigde waarin het verzoek van Stichting Windbrekers Swifterbant tot intrekking van omgevingsvergunningen voor het windpark Windplan Blauw was afgewezen.
Windplan Blauw omvat 61 windturbines in Flevoland, waarvan 37 op land rondom Swifterbant. De vergunningen zijn verleend in 2018 en onherroepelijk verklaard in 2019. De stichting vordert intrekking vanwege strijd met het Unierecht, in het bijzonder de SMB-richtlijn, omdat voor de windturbinebepalingen geen milieubeoordeling is verricht.
De Afdeling bevestigt dat de vergunningen niet in strijd zijn met de SMB- en mer-richtlijn, maar wel niet verenigbaar zijn met het Unierecht vanwege de kaderstellende windturbinebepalingen die onjuist zijn geïmplementeerd. Echter, het Unierecht verplicht niet zonder meer tot heroverweging of intrekking van onherroepelijke vergunningen. De Afdeling past het beoordelingskader van het Kühne & Heitz-arrest toe en concludeert dat niet aan alle voorwaarden is voldaan om heroverweging of intrekking te eisen. Ook bijzondere omstandigheden die heroverweging rechtvaardigen zijn niet aanwezig.
De Afdeling wijst de hoger beroepen van de stichting, het college en SwifterwinT af, bevestigt de vernietiging van het besluit van 29 maart 2022 en handhaaft de rechtsgevolgen daarvan. Proceskosten worden aan het college opgelegd. De Afdeling gaat niet in op de inhoudelijke betogen over geluid, rekenmodellen en de Tijdelijke overbruggingsregeling, omdat deze niet tot intrekking leiden.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van het verzoek tot intrekking, maar wijst de hoger beroepen af en handhaaft de omgevingsvergunningen.