ECLI:NL:RVS:2024:4174
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.F. de Groot
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan een dienstverlenend bedrijf een boete van €168.750,00 op wegens onderbetaling van 23 werknemers en het niet verstrekken van benodigde bescheiden voor 16 werknemers in de periode maart tot augustus 2015. De rechtbank matigde de boete tot €144.500,00. Zowel het bedrijf als de minister gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het bedrijf als formele werkgever verantwoordelijk was en dat de boete terecht was opgelegd. De matiging wegens vermeende verminderde verwijtbaarheid werd afgewezen omdat het bedrijf het feitelijk gezag had en op de hoogte had moeten zijn van de verplichtingen. Ook het betoog dat de boete wegens cumulatie onredelijk was, werd verworpen.
Wel werd de boete met 25% gematigd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim een jaar en de lange periode tussen het boeterapport en de boetekennisgeving. Daarnaast corrigeerde de Raad een fout in de boeteberekening voor één werknemer, waardoor de boete werd vastgesteld op €113.625,00. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €113.625,00 na matiging wegens overschrijding redelijke termijn en correctie van boeteberekening.