ECLI:NL:RVS:2025:1028
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Matiging boete voor off-label voorschrijven hydroxychloroquine en ivermectine bij COVID-19
Een huisarts uit Meijel heeft tijdens de coronapandemie in februari 2021 hydroxychloroquine en ivermectine off-label voorgeschreven aan COVID-19-patiënten, ondanks dat de Nederlandse beroepsgroep dit afraadde en er geen permissieve protocollen of standaarden bestonden. De minister legde hem een boete van € 3.000,00 op wegens overtreding van artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De rechtbank verklaarde het beroep van de huisarts ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat artikel 68 Gnw Pro voldoende duidelijk is en dat de huisarts deze heeft overtreden. De Raad benadrukt dat de Nederlandse beroepsgroep, vertegenwoordigd door het NHG en de SWAB, het off-label voorschrijven van deze geneesmiddelen afraadde en dat buitenlandse protocollen niet doorslaggevend zijn. Wel erkent de Raad de uitzonderlijke omstandigheden van de pandemie en de intentie van de arts om zijn patiënten te helpen.
Daarom matigt de Raad de boete met 50% tot € 1.500,00 en vernietigt het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank. Verder wijst de Raad de minister aan om de proceskosten en griffierecht aan de huisarts te vergoeden. De Raad wijst ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel en vooringenomenheid van de minister af.
Uitkomst: De boete voor het off-label voorschrijven wordt gematigd tot € 1.500,00 en eerdere besluiten worden vernietigd.