ECLI:NL:RVS:2025:5349
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor off-label voorschrijven ivermectine bij COVID-19
De minister voor Medische Zorg legde aan appellant een boete van €3.000,- op wegens het zevenmaal off-label voorschrijven van ivermectine voor COVID-19-patiënten in oktober en november 2021. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd constateerde deze overtredingen en stelde dat appellant artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet duidelijk is en een verbod bevat op off-label voorschrijven zonder dat daarvoor binnen de beroepsgroep permissieve protocollen of standaarden bestaan. De NHG-standaard en de SWAB-leidraad, die het off-label gebruik van ivermectine afraden, gelden als dergelijke standaarden. Appellant voerde aan dat hij overleg met de apotheker had gevoerd en zich baseerde op buitenlandse protocollen, maar dit werd verworpen omdat de Nederlandse beroepsgroep leidend is.
Verder werd het beroep op vooringenomenheid, het gelijkheidsbeginsel en de evenredigheid van de boete afgewezen. De minister had de boete passend gemotiveerd en rekening gehouden met de ernst van de overtreding. Hoewel appellant stelde dat zijn patiënten genezen waren zonder bijwerkingen, kon geen causaal verband worden vastgesteld. De Afdeling bevestigde het boetebesluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €3.000,- voor het overtreden van artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet door off-label voorschrijven van ivermectine.